Recensie | Lawrence of Arabia in 70mm (Sandro Algra)

Aan welke film denk je als eerst bij het woord ‘epos’? Mogelijk Ben-Hur (1959) met Charlton Heston, of anders Kirk Douglas in Spartacus (1960). De meest voor de hand liggende titel waar ik dan nog aan kan denken is toch wel David Leans Lawrence of Arabia (1962), met Peter O’Toole in de titelrol. Toen ik vorig jaar de kans kreeg om 2001: A Space Odyssey in bioscoop EYE te zien kon ik niet wachten om nog een grote klassieker in 70mm film te mogen ervaren. En welke andere film zou zich nou beter hiervoor lenen dan dit spektakel van bijna 4 uur? Qua schaal en vakmanschap kon deze film in ieder geval niet teleurstellen. Maar hoe is het dan voor de rest  met de tijd meegegaan? Is Lawrence of Arabia een tijdloos verhaal om nieuwe generaties filmliefhebbers mee te vermaken of is het meer een gedateerde relikwie van klassiek Hollywood?

Titel: Lawrence of Arabia
Regisseur: David Lean
Scenario: Robert Bolt, Michael Wilson, T.E. Lawrence
Cast: Peter O’Toole, Omar Sharif, Alec Guinness, Anthony Quinn, Jack Hawkins
Speelduur: 228 minuten
Genre: Oorlog, avontuur, biopic
Release: 25 maart 2018 (originele première: 1962)

WAARSCHUWING: Deze recensie bevat lichte spoilers.

 

Compleet met ouverture

Na de inloop begint de ouverture, die je meteen in de sfeer van de film brengt. In de grond voel je de trommels: BA-DUM DA-DUM DA-DA DUM! De trompetten volgen, en hiermee weet je dat je op het punt staat om een historische oorlogsfilm te kijken. De violen spelen een van de meest iconische deuntjes uit de filmgeschiedenis. Het is een langzame en dromerige melodie die je gedachtes verplaatst naar de woestijn, met zijn zee aan duinen en oneindige horizon. Grappig: de eerste keer dat ik een poging waagde om deze film te kijken was ik er van overtuigd dat er iets mis was met mijn DVD speler. Welke film zou anders in zijn vijf minuut durende intro muziek spelen tegenover een zwart achtergrond? De verschillende muzikale motieven vormen eigenlijk een samenvatting van alle grote gebeurtenissen uit de film die je op het punt staat te kijken. Het is eigenlijk net alsof je een avond naar de opera gaat.

De Arabische opstand

Tijdens Wereldoorlog I verveelt de jonge luitenant T.E. Lawrence zich rot in een donker kamertje in Cairo. Ondanks zijn hoge opleiding lijkt hij in het Britse leger enkel talent te hebben voor het ondermijnen van autoriteit. Wanneer deze waaghals zijn vingers opzettelijk brandt aan een lucifer wordt het duidelijk hoeveel hij verschilt van zijn collega’s. Elke andere soldaat zou de loopgraven van Europa inruilen voor het comfortabel baantje van Lawrence. Om zich maar te verlossen van deze onruststoker besluiten zijn bevelhebbers hem op een verkenningsmissie te sturen: ‘zoek contact met Prins Faisal en informeer ons over zijn strijd tegen de Turken’. Zelfs deze missie is veel te insignificant voor Lawrence. Uit eigen initiatief leent hij een patrouille van 50 Arabische strijders van de prins en steekt hij een van de heetste woestijnen ter wereld over om de strategisch gelegen haven van Aqaba te veroveren.

De tocht door de Nafud woestijn is een van mijn favoriete gedeeltes van de film. Dit is het moment dat Lawrence als personage definieert. Wat is überhaupt zijn reden om deze levensgevaarlijke tocht af te leggen, waarbij hij 50 mannen bijna de dood in jaagt? Het is een briljante strategische zet in de strijd van de geallieerden tegen de Turken, althans: zo weet hij het te verkopen. Maar het succes van deze slag lijkt eerder toeval dan een zorgvuldig berekende uitkomst. We zien Lawrence later in de film vaker zijn handen in het vuur steken, en lang niet altijd ziet hij de resultaten waarop hij had gehoopt. Zijn reden om Aqaba te veroveren heeft vooral te maken met zijn ego. Hij steekt de Nafud woestijn niet over omdat het moet, maar omdat het kan… en belangrijker nog: hij doet het omdat iedereen hem vertelt dat het een onmogelijke taak is.

Een moderne blik

Het is nooit helemaal eerlijk om een klassieke Hollywoodfilm vanuit een 21ste-eeuws perspectief te beoordelen. Bij elke historische epos is het altijd maar de vraag in hoeverre de gebeurtenissen kloppen, en dat geldt des te meer voor films die ouder zijn dan 50 jaar. David Lean was ook zeker wel een filmmaker die zijn geschiedenis met een paar schepjes zout lustte. Hedendaagse filmmakers die de geschiedenis bewust romantiseren denken er op z’n minst nog aan om een prominente vrouwelijke rol in de film te verwerken. Maar het vinden van een vrouw in Lawrence of Arabia is alsof je de Sahara editie van Waar is Wally doorbladert. Vrouwen krijgen geen dialoog en zijn ook amper herkenbaar in beeld gebracht (kamelen uitgezonderd). Omar Sharif beweerde zelfs dat hij samen met Peter O’Toole op de set geen enkele vrouw had gezien gedurende een jaar!

In een van mijn blogs scheef ik over films met een terugkerende verhaallijn, namelijk de ‘White savior’ of ‘Sorry for colonialism’ films. Dit zijn Hollywood films waarin een blanke held zich mengt met een onderdrukt exotisch volk. De twee belangrijkste problemen met dergelijke films zijn meestal: voorspelbaarheid en de simplistische verhaallijnen. Bij een film als Dances with Wolves of The Last Samurai weten we vanaf het begin al wie de held is en wat voor levenslessen hij gaat leren. Bovendien zijn dit soort historische conflicten over het algemeen zo complex dat het idee dat een charismatische westerse jongen de boel in zijn eentje kan oplossen extreem ongeloofwaardig is.

De Arabische opstand, zoals weergegeven in deze film, bevat veel meer lagen dan het gebruikelijke Sorry for colonialism verhaal. Tussen de verschillende Arabische stammen vinden minstens net zoveel sociale spanningen plaats als met de Britten, en dat zie je regelmatig terug in de onderlinge interacties. We horen de Britse soldaten de Arabieren regelmatig wegzetten als een ‘Barbaars volk’. Die mening komt echter wel voort uit de arrogantie van een Europese wereldmacht, die stiekem zijn eigen koloniale agenda heeft in het Ottomaanse rijk. Ik ben zelf geen Islamoloog, maar als filmliefhebber zie ik vooral een redelijk genuanceerde weergave van het Midden-Oosten, in plaats van een verhaal dat enkel afhankelijk is van oriëntale stereotypen. Als je de film wilt beoordelen op culturele accuraatheid zou ik zeggen dat het minder gedateerd is dan de gemiddelde Sorry for colonialism film, of een oriëntalistische fantasiefilm als Disney’s Aladdin.

Middenin de Arabische opstand bevindt zich natuurlijk T.E. Lawrence. Als je hem vergelijkt met iconische filmhelden als Ben-Hur en Spartacus… of zelfs met meer moderne tegenhangers als Frodo Baggings en Harry Potter dan is hij nog altijd een van de meest unieke en moreel ambigue hoofdpersonages uit de filmgeschiedenis. Hij is arrogant tot op het punt dat hij een Messias complex ontwikkelt en lijkt volledig bezeten door een onbegrijpelijke drang tot zelfvernietiging. Dit is meer het type hoofdpersoon dat je zou verwachten in een film noir, of in een tv-serie als Breaking Bad.

Met een hoofdpersoon wiens daden wij de helft van de tijd niet begrijpen heb je als kijker natuurlijk wel iemand nodig om je mee te identificeren. Daarvoor hebben we Omar Sharif als de rechterhand van T.E. Lawrence: Sherif Ali. Dit grotendeels fictieve personage is eigenlijk een samenvoeging van verschillende Arabische militaire leiders die Lawrence heeft gekend. Aan het begin van de film wordt hij geïntroduceerd als een koelbloedige moordenaar, die de gids van Lawrence doodschiet om een simpel territoriaal dispuut. Daarom is het zeer verrassend dat hij van alle mensen in de film het vaakst de plaatsvervanger van het publiek speelt. Hij is als het ware het geweten van Lawrence dat constant aan zijn mouw trekt en roep: ‘Waar ben jij in Godsnaam mee bezig!?’. Hoewel hij hem door dik en dun steunt zie je aan zijn bijna permanente frons hoe hij voortdurend zijn geduld met de gestoorde Engelsman lijkt te verliezen.

Dan blijft natuurlijk de vraag tot hoeverre Peter O’Toole’s personage overeenkomt met de echte T.E. Lawrence. Diens jongere broer, Professor Arnold Lawrence, uitte zware kritiek op de film en beweerde zijn eigen broer niet te kunnen herkennen. Of het wel ethisch is om zo’n belangrijk historisch figuur neer te zetten als een flamboyante antiheld, terwijl de echte Lawrence een heel ander mens zou zijn geweest, is al een discussie op zich. Eigenlijk was Lawrence zelf al medeverantwoordelijk voor de creatie van zijn legende. Een belangrijke bron voor deze film is namelijk zijn autobiografie Seven Pillars of Wisdom, en dat boek wordt meer gezien als een roman dan een betrouwbare historische bron. Uiteindelijk gaat de film van David Lean meer over de legende van Lawrence dan over het historische figuur.

Het meest gedateerde onderdeel van Lawrence of Arabia is wat mij betreft de casting van Alec Guinness als prins Faisal. Vandaag de dag zou deze film direct beschuldigd worden van ‘Hollywood white-washing’. Guinness was natuurlijk een zeer gerespecteerde Britse acteur, die bekend stond om zijn langdurige samenwerking met David Lean. Toch vind ik zelf dat zo’n belangrijk personage uit de geschiedenis gespeeld had moeten worden door een Arabische acteur. Zijn charmante acteervaardigheden verbergen niet het feit dat je eigenlijk gewoon naar een bruin geschminkte Obi-Wan Kenobi zit te kijken.

Steven Spielberg over Lawrence of Arabia

Een epos van de oude garde

Qua tempo en structuur is Lawrence of Arabia zeker geen perfecte film. Het bevat veel onnodig lange scenes, en de hele film is opgebouwd uit een reeks grootse gebeurtenissen die niet eindigen in een hele duidelijke resolutie. De hoofdpersoon wisselt continu van intentie en lijkt in de oppervlakte geen belangrijke levenslessen te hebben geleerd. Die conclusies moet de kijker eigenlijk voor zichzelf invullen. Het is in ieder geval niet een film die ik elk jaar op tv af kan kijken. Als ik besluit om een kleine 4 uur van mijn tijd hierin te steken wil ik er wel voor zitten. Dit is echt een film die je moet zien op het grootste scherm dat beschikbaar is.

Ik heb in deze zitting vooral veel genoten van de interacties tussen de personages. Het is schitterend hoeveel er valt af te lezen aan ieder persoon, niet alleen aan zijn dialogen maar ook aan de handelingen en hoe de acteurs in beeld zijn gebracht. Maar de belangrijkste redenen om deze film te zien zijn nog altijd de virtuoze regie en productie. Lawrence of Arabia is een van de meest ambitieuze films ooit gemaakt. Geheel tijdloos is het misschien niet, maar dat hoeft het ook niet te zijn. Het is typisch een voorbeeld van een film die vandaag de dag niet gemaakt zou kunnen worden. Een epos van dit kaliber zou tegenwoordig veel leunen op hulpmiddelen als green screen en CGI (kijk maar naar hoe ze de laatste remake van Ben-Hur hebben aangepakt). In de afwezigheid van moderne film technieken kon David Lean enkel afhankelijk zijn van creativiteit en ouderwetse film magie.

Sandro Algra