Blog | Dinosaurussen in Hollywood | Deel 1 (Sandro Algra)

Wat is er nou cooler dan dinosaurussen? Ze zijn groot, machtig en bizar. Maar wat deze schepsels onderscheidt van filmmonsters als zombies of vampiers is: ze hebben echt bestaan… en nu zijn ze er niet meer. Dat ons planeet ooit gedomineerd werd door een groep dieren die op een dag allemaal massaal uitstierven heeft iets weg van de val van een wereldrijk. Mijn obsessie met dino’s begon op hetzelfde moment als mijn fascinatie met films. In juni 2018 ziet het publiek de sequel op de hit-film Jurassic World (2015) in de bioscopen verschijnen. Het is een zomerfilm waar ik persoonlijk niet zo op zit te wachten. Maar als je een anti-Jurassic World tirade wilt lezen kan ik je beter doorverwijzen naar mijn recensie. In deze tweedelige blog wil ik het liever hebben over dinosaurusfilms door de jaren heen, en waarom er naar mijn mening al een flinke tijd geen goede dinofilm meer is verschenen.

Lees hier ook het tweede deel van de blog.

Blog | Dinosaurussen in Hollywood | Deel 1 (Sandro Algra) 1

Een verloren wereld
Di·no·sau·rus, ofwel ‘verschrikkelijke/geduchte’ hagedis is de naam die Richard Owen in 1842 bedacht voor deze groep reptielen die ooit alle ecosystemen aan land domineerden. Rond de tijd dat Charles Darwin de evolutietheorie publiceerde begon men zich nog maar net te realiseren dat de aarde ooit bewoond werd door hele andere levensvormen. Het was evident dat zelfs onze verbeelding niet te vergelijken viel met hoe de fantastisch deze dieren er in werkelijkheid uitzagen. De eerste officiële tekeningen van dinosaurussen hadden meer weg van uitvergrootte leguanen dan de dino’s die we vandaag de dag op tv zien.

De 19de eeuw was een revolutionair tijdperk voor paleontologie. Het Amerikaanse wilde westen bleek een goudmijn voor fossielen. De twee paleontologen genaamd O.C. Marsh en E.D. Cope sloegen elkaar bijna de hersenen in een competitie wie de meeste fossielen kon vinden. Deze rivaliteit staat nu ook wel bekend als The Bone Wars, of The Great Dinosaur Rush. Het ene naar het andere prehistorische diersoort werd in rap tempo ontdekt, en dit trok de aandacht van vele artiesten.

In zijn sciencefiction roman Voyage au centre de la Terre (1874) beschreef Jules Verne een ondergrondse wereld waar ontdekkingsreizigers dieren uit de oertijd treffen. Arthur Conan Doyle hergebruikte dit idee van een verborgen prehistorisch ecosysteem in The Lost World (1912). Charles R. Knight was een paleoartiest die de vooraanstaande paleontologen direct sprak. Met zijn schilderijen bracht hij de dinosaurussen ‘tot leven’. Het moderne imago van dinosauriërs is voor een belangrijk deel door hem bepaald. Maar Hollywood zou zijn kunstwerken nog verder populariseren.

Blog | Dinosaurussen in Hollywood | Deel 1 (Sandro Algra) 2

Links: De Megalosaurus van Richard Owen (1854), Rechts: de Leaping Laelaps van Charles R. Knight (1897). In 40 jaar veranderde het imago van dinosaurussen radicaal.

De pioniers
Wat is volgens jou de eerste animatiefilm? Snow White and the Seven Dwarves (1937) was de eerste volledig geanimeerde Amerikaanse speelfilm. Dáárvoor had je natuurlijk de klassieke shorts van personages als Felix The Cat en Mickey Mouse. Het is moeilijk te bepalen wie de eerste tekenfilm heeft gemaakt. Een mijlpaal in animatie was Winsor McCay’s korte film Gertie The Dinosaur (1914), en niet alleen vanwege de revolutionaire animatietechnieken. Gertie is misschien wel het eerste complexe tekenfilmpersonage. In deze film zien we hoe Winsor McCay een grote vriendelijke Brontosaurus kunstjes leert. Gertie is qua gedrag net een hond, of een klein kind. En hoewel er veel grappen worden gemaakt over hoe ontiegelijk groot ze is, is Gertie ook nog bijzonder lenig. Een intelligente en lenige dino paste niet heel erg in het imago dat deze dieren hadden in de vroege 20ste eeuw… maar daarom was het ook een tekenfilmfiguur.

Gertie The Dinosaur (1914)

Een andere animator die zijn stempel drukte op de filmindustrie was Willis O’Brien, met zijn specialiteit: stop-motion. Na een reeks korte films produceerde hij de animaties voor de avonturenfilm The Lost World (1925), de eerste verfilming van Arthur Conan Doyle’s bestseller. Een groep Britse avonturiers ontdekken een tropisch eiland waar de evolutie miljoenen jaren stil lijkt te hebben gestaan. Als dit plot je bekend voorkomt dan zegt dat iets over de invloed van Doyle’s roman. ‘Ontdekkingsreizigers worden op een eiland achtervolgd door dino’s’ is inmiddels een van de standaard verhaallijnen in dinosaurusfilms geworden.

Al vanaf dat ik 3 jaar oud was is Walt Disney’s Fantasia (1940) een van mijn favoriete films. Je kunt hier meer over lezen in mijn recensie. Deze klassieker wordt nog steeds gezien als een van de beste animatiefilms ooit gemaakt. Klassieke muziekstukken van beroemde componisten worden begeleid met perfect gechoreografeerde animatie. Het hoogtepunt van de film was voor mij altijd Igor Stravinsky’s The Right of  Spring (Le Sacre Du Printempts). De muziek wordt geïnterpreteerd als de evolutie van het leven op aarde: van de eerste microben in de oceaan tot aan het uitsterven van de dinosaurussen. Van alle Disneyfilms is dit de meest experimentele en misschien wel de donkerste. Het prehistorische leven wordt ongenuanceerd en bruut in beeld gebracht. Maar weinig van mijn leeftijdsgenoten hebben deze film gezien, en als ze een segment kennen dan is het meestal The Sorcerer’s Apprentice (met Mickey Mouse). Toch geloof ik dat The Rite of Spring nog steeds een van de meest invloedrijke dinosaurusfilms is. Latere films zouden veel lenen van de muziek, directie en sfeer uit deze film.

Net als The Lost World is The Rite of Spring voor zijn tijd een van de meer realistische dinosaurusfilms. De dinosauriërs zijn direct gebaseerd op te schilderijen van Charles R. Knight. Bovendien zijn ze meer dan eendimensionale filmmonsters: het zijn dieren met een alledaags leven. Als je de hedendaagse wetenschap erbij haalt zijn ze natuurlijk al lang niet meer accuraat. In tegenstelling tot de intelligente superroofdieren uit de Jurassic Park franchise zijn de dieren uit deze films nog altijd grote lompe hagedissen met piepkleine hersenen, want dat is het imago dat dinosaurussen hadden destijds. De filmmakers konden natuurlijk niet weten hoe radicaal de wetenschap verder in de 20ste eeuw zou veranderen. De enige kritiek die ik op deze films heb is de gewoonte om alle beroemde prehistorische dieren bij elkaar te gooien in één groot landschap, alsof de dinosauruswereld één tropisch moerasgebied was waar alle verschillende soorten rondhingen. Het gevecht tussen de T.Rex en Stegosaurus van Fantasia kan nooit hebben plaatsgevonden, omdat er 80 miljoen jaar aan evolutie tussen deze twee dino’s zat… Dit tafereel is even anachronistisch als een kostuumdrama dat eindigt in een Mexican standoff tussen Napoleon, Julius Caesar en Dzjengis Khan.

Maar wat maakt realisme uiteindelijk uit als je zo’n epische vechtscène hebt!?

De monsters van het witte doek
Als je het hebt over reuzenmonsterfilms dan is Merian C. Cooper’s King Kong (1933) wellicht de eerste titel waar je aan zult denken. Cooper bracht zijn visie tot leven met de animaties van Wills O’Brien. King Kong leent veel ideeën en stop-motionmodellen van O’Briens eerder werk. Net als in The Lost World stuiten ontdekkingsreizigers op een eiland vol prehistorische schepsels. King Kong neigt echter nog meer naar een fantasiefilm. Het is een eiland waar letterlijk alle dieren de smaak van mensenvlees te pakken hebben, ook de dino’s die in het echt planteneters waren! Daarnaast lijken de reuzenaap Kong en alle andere bewoners van het eiland een voorkeur te hebben voor beeldschone dames. Kong valt voor een blonde vrouw (Fay Wray), en probeert zijn schat te beschermen tegen andere bronstige roofdieren, als een T.Rex en een Pteranodon.

Een Pteranodon die vrouwen ontvoert is een filmcliché die ik altijd vrij bizar heb gevonden. Naast dat ik als kind wist dat deze visetende pterosaurus (pterosaurussen waren de vliegende neefjes van dinosaurussen, maar zijn per definitie geen dinosaurussen) niet eens in staat zou zijn om mensen met zijn achterpoten op te tillen heb ik me altijd afgevraagd waarom ze in films altijd achter vrouwen aanzitten. Misschien wilde O’Brien gewoon een angstaanjagend vliegend roofdier in zijn film, en was Pteranodon het grootse dier dat hij kon vinden. Je kunt de prehistorische roofdieren die het op Fay Wray gemunt hebben wellicht ook zien als een allegorie voor alle vieze oude mannen binnen Hollywood, wat iets van alle tijden is.

Blog | Dinosaurussen in Hollywood | Deel 1 (Sandro Algra) 3

Willis O’Brien bedacht de Pteranodon scene voor de onafgemaakte film Creation, en hergebruikte dit idee voor King Kong (1933). Deze iconische scene is een ontelbaar aantal keren nagedaan.

Zo’n beetje elke reuzemonsterfilm sinds de jaren 30 is op de een of andere manier afgeleid van King Kong. Het was de inspiratie voor een grote golf aan epische fantasiefilms en B-films die de komende decennia zouden verschijnen. Een van de prominente stop-motion animators was Ray Harryhausen, die debuteerde als hoofdanimator in The Beast of 20,000 Fathoms (1953). In deze film ontwaakt een gigantisch prehistorisch reptiel, dat vervolgens vernieling aanricht in grote steden. Harryhausens zogeheten Rhedosaurus ziet eruit als een kruising tussen een dinosaurus en een leguaan. In tegenstelling tot zijn mentor Willis O’Brien hechtte Harryhausen minder waarde aan de authenticiteit van zijn stop-motion modellen. Hij gaf voorkeur aan dinosauriërs die meer neigden naar fantasiedieren.

Een van Harryhausens bekendste dinosaurusfilms is One Million Years B.C. (1966). De titel alleen geeft al aan dat deze film geen enkele pretentie heeft realistisch te zijn. Harryhausen erkende zelf dat de film niet was gemaakt voor: “professors… die dit soort films waarschijnlijk ook niet zullen kijken”. One Million Years B.C. schets een prehistorische wereld waarin mens en dinosaurus samen leven. De dino’s zijn niet veel meer dan vechtmachines die enkel verschijnen om de hoofdrolspelers (perfect opgemaakte holbewoners met jaren 60 kapsels) te bedreigen. Dit is de film die Raquel Welch veranderde in een van de seks symbolen uit de jaren 60. Ze praat amper in de film, maar dat hoeft ook niet als je op de filmposter kunt poseren in een harige bikini (de poster die Tim Robbins aan de muur hangt in The Shawshank Redemption). In een van de meest iconische scenes wordt ook zij door een Pteranodon ontvoerd.

Filmmakers die niet het budget of de tijd hadden om een animator als Harryhausen in te huren moesten gebruik maken van simpelere filmtechnieken. De legendarische filmmonster Godzilla (Japans: Gojira) was geïnspireerd op Harryhausens Rhedosaurus, en heeft fysieke trekjes van wel drie verschillende dinosaurussoorten. Het is toch lastig om in Godzilla geen acteur in kostuum te zien, want dat is in feite waar je naar zit te kijken. Deze fantasiedino is daarom ook behoorlijk antropomorf. De remake van The Lost World uit 1960 behoort tot de categorie van meest lachwekkende dinosaurusfilms, namelijk: de films waarin reptielen rechtstreeks uit een dierentuin werden geplukt en versierd met een kraag of hoorns. Jouw ‘suspension of disbelief’ moet wel héél sterk zijn om overtuigd te zijn dat je naar dino’s zit te kijken.

Een varaan vs. een krokodil in The Lost World (1960). BEL ALSJEBLIEFT DE DIERENBESCHERMING!

Een uitstervend genre?
Halverwege de vorige eeuw leek de algemene interesse in dinosaurussen te zijn afgenomen. Paleontologie was een wetenschap waar nog weinig geld in werd geïnvesteerd. Dino B-films bleven maar dezelfde verhaallijnen recyclen, en tegen deze tijd begon het publiek uitgekeken te raken op monsterfilms. Een fenomeen genaamd de ‘Dinosaurus Renaissance’ zou de belangstelling voor een goede dinofilm echter weer doen aanwakkeren. Volgende week zal ik het hebben over dinosaurusfabeltjes, documentaires en natuurlijk de Jurassic Park franchise. Voor nu zou ik jullie willen vermaken met een passage uit de Dinosaur Erotica klassieker: Taken by the Pterodactyl. Dinosaur Erotica is een literair genre dat antwoord geeft op de vraag: hoe zou een X-rated versie van One Million Years B.C. zich afspelen?

Taken by the Pterodactyl van Christie Sims. Waarschuwing: dit passage kan schokkend materiaal bevatten!

Sandro Algra

Lees hier ook het tweede deel van de blog.